In de tumultueuze nasleep van de klinkende overwinning die RC De Bøk Erin heeft weten te boeken op RC Raging Bulls, is de jonge prop en onverwachte ster van de wedstrijd Gijs plotseling verdwenen. Met behulp van RC De Bøk Erin’s mistroostige fullback Marco, die niemand minder blijkt te zijn dan vernuftige politierechercheur Klabakkendam, wordt de locatie van Gijs getraceerd naar het speeltuintje achter het clubhuis. Daar treft een nieuwsgierige meute Bøkers en Bulls Gijs aan, geknield op de grond en met zijn gezicht tegen de aarde gedrukt. Schijnbaar in een soort trance, prevelt hij onverstaanbare woorden…
“Gijs?” vraagt coach Hendrie Platjes voorzichtig. Langzaam komt Gijs overeind. “He pai tērā, e te kaumātua iwi”, zegt hij tegen zijn coach. Verbijsterd staart coach Platjes naar zijn jonge protegé. “W-Wat…?”
Voordat iemand iets kan zeggen, klinkt een gerommel alsof twee middelgrote planeten tegen elkaar aan schurken: de onmiskenbare stemklank van Rocco, RC De Bøk Erin’s massieve Samoaanse prop: “E hoa! He kotahi koe ki a mātou? Kāore au i mōhio. Nau mai!”
Iedereen kijkt om, minstens zo verrast als vlak ervoor door de aanblik van de devoot knielende Gijs. Geen Bøker heeft de Rocco ooit iets anders horen zeggen dan: KIP.
Gijs loopt naar zijn reusachtige teamgenoot. Rocco bukt en de beide spelers drukken hun voorhoofden en neuzen tegen elkaar. “He rā ki tua, taku hoa”, zegt Gijs. “HEIHEI”, rommelt Rocco. “Eh… Gijs? Heb je even een momentje?”, intervenieert coach Platjes voorzichtig. “Wat is er precies aan de hand?”
“Ik heb mijn whakapapa gevonden, kaumātua”, zegt Gijs eenvoudig. “Je… WAT?!?”, reageert coach Platjes verbouwereerd. “Je hebt de whatsapp van je papa gevonden?
Een wacko lid van de Barbapapa familie? Waar heb je het over, jongen?”
“Mijn Maori wortels”, verduidelijkt Gijs behulpzaam.
Hendrie Platjes’ mond valt open. In zijn hoofd ziet hij het oer-Nederlandse jonge kaas-hoofd van Gijs – de helderblauwe ogen, de blozende rode appelwangen en het blonde melkboerenhondenhaar – naast beelden van Maori-legendes als Jonah Lomu, Tana Umaga, Ma’a Nonu en Ardie Savea – geen van wie, bij Hendrie’s weten, blauwe ogen, rode appelwangen en/of blonde haren heeft. Maori? Maar hoe dan? Gijs zijn moeder Greet is zo Nederlands als zuurkool – geboren en getogen in het dorp. Hendrie kent haar al zijn hele leven.
En Gijs’ vader…
Zijn gedachten komen piepend tot stilstand.
Gijs’ vader?
Wie is eigenlijk Gijs’ vader?
Zijn ogen zoeken Greet.
Jan-Julius Bokkepoot