Aflevering 12: Het mysterie ontrafeld
RC De Bøk erin heeft zijn eerste overwinning sinds de middeleeuwen behaald. Na afloop is Gijs, de ster van de wedstrijd, ineens spoorloos verdwenen. In het bouwval clubhuis blijkt recherche aanwezig te zijn. Nauwelijks zichtbaar, in de schaduwen van een donkere hoek, bevindt zich een geheimzinnig silhouet: inspecteur Klabakkendam. Na het ondervragen van enkele getuigen, heeft de inspecteur de zaak naar eigen zeggen opgelost. Nog steeds heeft niemand kunnen ontwaren wie hij is. Dan doet Kale Nel het TL-licht aan..
“Marco?”, stamelt iemand. “Ja?”, antwoordt inspecteur Klabakkendam, onder Bøkers beter bekend als de sombere, einzelgehende fullback Marco, iemand met de sprankelende levensvreugde van een platgereden konijn.
“Maar… Wat? Ben jij… inspecteur?” Heet jij Klabakkendam?”. “Ja”, antwoordt inspecteur Klabakkendam eenvoudig. “Maar…?” “Hoe…?”
“KIP?” “STILTE!”, buldert de stem van coach Hendrie Platjes als een op hol geslagen kudde olifanten door het bouwval clubhuis. “Marco! Waar is Gijs? Je zei dat je de zaak had opgelost.”
Bij RC De Bøk erinkent men fullback Marco als een zwijgzaam figuur, een ingetogen oester die communiceert in zinnen van één woord. Op uitzinnige momenten soms twee.
Verbluft slaan de Bøkers dan ook gade hoe diezelfde Marco nu van wal steekt als een doorgeslagen dominee.
“Het oplossen van deze fascinerende kwestie vergde een vernuftig staaltje recherchewerk. Iedere verdwijningszaak heeft zijn eigen kenmerkende elementen – zijn unieke vingerafdruk zo u wilt. Een verdwijningszaak voelt voor mij als een nieuwe vriend, wiens karakter ik wil leren kennen en doorgronden. Als het complexe bouquet van een goede wijn, waarvan sommige verlegen smaaktinten zich trachten te verschuilen achter de diepere houttonen. Als een krachtige doch kwetsbare symfonie van… gggnnngngnnrrglglrl… ”

“WAAR… IS… GIJS…?”, briest coach Hendrie Platjes, Marco’s nek masserend met de tederheid van een bankschroef.
“Hnnggmggjm… In… gnnhg… het… speeltuintje…grlg…”, loodst inspecteur Klabakkendam met moeite enkele woorden door de tijdelijk gestremde doorgang van zijn keel.
“Het speeltuintje!”, roept Platjes. “Kom mee allemaal!”
Binnen enkele seconden is het bouwval clubhuis leeg. Met coach Platjes op kop draaft iedereen naar het speeltuintje. Ter plaatse aangekomen, blijft Platjes verbouwereerd staan – kennelijk vergeten dat direct achter hem een denderende meute Bøkers komt aangestormd.
Als de daaropvolgende kluwen rugbyers weer is ontward, staren de Bøkers verbijsterd naar het tafereel dat zich voor hen ontvouwt. In het speeltuintje ligt Gijs geknield op de grond, zijn gezicht tegen de aarde. Hij prevelt in een onbekende taal…